Al eerder vertelde ik over het feit dat mijn beide schoonouders kort na elkaar zijn overleden en dat wij, mijn man en ik, een huis moesten verkopen. Dat huis verkopen was nog een eitje vergeleken met het traject dat daaraan vooraf ging. Het huis moest ook nog worden opgeruimd en leeggehaald. Voor mij als professional organizer een koud kunstje zul je zeggen. Nou, dat viel flink tegen. Als er ineens emoties bij komen kijken is het een stuk lastiger. Bovendien had ik een schoonvader die écht alles bewaarde en dus vooral heel veel troep had dat moest worden opgeruimd. Nadat ik met de tranen in mijn ogen vijf volle vrachtwagens met troep had zien wegrijden en het het huis helemaal opgeruimd was, heb ik meteen mijn eigen ouders gebeld: “pap, mam, mocht je van plan zijn er binnenkort tussentijd te knijpen, liever niet, maar zorg er wel eerst even voor dat je je eigen rommel op ruimt! En lees het boek over Döstädning. 

Döstadning: laat het niet aan je nabestaanden over

Door mijn eigen ervaring ben ik me er ook meer in gaan verdiepen. Hoe vaak zitten nabestaanden niet met de handen in het haar als een ouder of grootouder overlijdt en een huis achterlaat dat uitpuilt van de spullen? Waar te beginnen en wie gaat dat doen? Ik kwam er al snel achter dat er de laatste tijd steeds meer aandacht is voor het opruimen van je spullen voor je dood gaat. Zo is er bijvoorbeeld het boekje van de Zweedse kunstenares Margareta Magnusson (82) over Döstädning, opruimen voor je doodgaat. Dit boekje is nu ook in het Nederlands vertaald. Afgelopen week is er een interessant artikel over verschenen in NRC.next Laat het niet aan je nabestaanden over. 

Wat is Döstadning?

Al eerder schreef ik een blog over Lagom, de zweedse kunst van het leven in balans. Daarnaast is er het Deense Lykken en het de andere scandinavische trend, Hyggen. Döstadning is de nieuwste toevoeging aan ons scandinavische vocabulair om beter in je vel te zitten. In Zweden, waar Döstadning vandaan komt, is het heel normaal dat je je verantwoordelijkheid neemt en er voor zorgt dat je nabestaanden niet met al jouw spullen en rommel achterblijven. Magnusson zegt hierover: „Jonge mensen hebben tegenwoordig niet de tijd om al die dingen na je dood op te ruimen, met hun drukke levens” en daar ben ik het eigenlijk wel mee eens.

De strategie van Döstadning

De strategie van Magnusson is eigenlijk een die niet veel afwijkt van de gebruikelijk opruimmethoden, zoals bijvoorbeeld die van Marie Kondo. Bij Magnusson komt  het erop neer dat je alleen houdt van die dingen waar je echt gelukkig van wordt, en niet blijft hangen in het verleden en het verkopen, weggeven of weggooien van de spullen waar je niet gelukkig van wordt. Ze heeft daarbij één belangrijk advies: neem de tijd voor het opruimen. En begin ook niet met de dingen waar je het meeste emotionele lading aan geeft. Zoals foto’s en brieven. Ze geeft aan dat het het meest gemakkelijk is om je spullen in te delen in categorieën – kleding, boeken, keukengerei. Zo houd je overzicht. Bekijk vervolgens per categorie wat echt belangrijk is. Gooi of geef iets vervolgens weg als het niet belangrijk voor je is.

Wat maakt Döstadning anders?

Ik roep het al jaren (en daarin ben ik zeker niet de enige): “een opgeruimd huis betekent een opgeruimd hoofd”. Maar wat is nu het verschil met ‘normaal opruimen’ en opruimen voor je dood? Magnusson geeft aan dat  opruimen voor je dood veel langer duurt. “Het is geen kwestie van spullen in dozen doen en die op straat zetten; het is het overzien van je leven, in de vorm van alles wat je om je heen hebt verzameld – een proces dat jaren kan duren”. “Je hoeft daarbij ook niet alles weg te doen”, verzekert ze. „Dingen die ik echt leuk vind, en waar ik echt van hou, gooi ik niet weg.”

Dus heb je ook ouders, schoonouders of een opa en oma met een veel te vol huis? Laat ze hun eigen rommel opruimen!

Wil je het boek ook lezen? Bestel het hier. Laat in de comments of op mijn Facebookpagina achter wat je ervan vindt.


Leave a Reply

Your email address will not be published.